Soezentocht

Om half 10 stonden 14 mannen en 1 vrouw van de B ploeg klaar voor de 120 kilometer. Voor vertrek moest er door de fotograaf nog een plaatje van ons geschoten worden. Gerrit Entes reed na een afwezigheid van ruim twee jaar weer tussen de wielen. Zijn laatste rit bij de B ploeg was op 7 juni 1999. Zijn conditie is nog ruim voldoende.

Voor de verandering waren de kopmannen deze rit Carlo Holla en Frank Kaandorp. Op de Westfriese Dijk werd voor de wind een iets te hoog tempo aangehouden. Bij Koedijk werd aangegeven dat de snelheid met een paar kilometer verlaagd moest worden. Door dit lagere tempo was het voor Piet Slikker en zijn vrouw Ria mogelijk om ons te volgen. Zij waren van plan 60 km. te rijden maar door ons sociale rijden hebben zij de dubbele afstand afgelegd.

Tot aan Avenhorn hadden wij redelijk voor de wind en daarna reden wij meer richting het zuidwesten waardoor de wind op de kant stond. Het tempo bleef op en rond de 30 km. Bij Grootschermer ging het fout. Er stonden geen pijlen, wel een bord van een doodlopende weg. Geen pijl dan gewoon doorrijden tot het hek (dat kennen wij eigenlijk alleen maar als Dirk op kop rijdt). Gauw keren en in de verwarring viel Wiegert. Na het oppakken van de route werd het tempo weer opgevoerd. De wind waaide krachtig en de mannen achterin hadden het zwaar omdat zij regelmatig op de dijk op de wind kwamen door passerende auto’s.

Bij Spijkerboor met het pontje over (tarief € 1 per persoon). De schipper was heel nauwkeurig en deed niet mee aan groepskortingen. In de herberg aan de overkant was geen ruimte voor onze groep dus gingen wij weer voor de wind naar Purmerend. Bij de “De drie Zwanen” koffie gedronken. Van de organisatie hadden wij proviand voor onderweg meegekregen waardoor de roep om gebak met slagroom achterwege bleef. Alleen ons vrouwelijk lid had wel graag een gebakje willen hebben. Wij hebben gaandeweg de rit niet gemerkt dat zij kracht tekort kwam.

Na Purmerend moest er tegenwind gereden worden. Het aantal vrijwilligers voor de kop bleef beperkt. In Oosthuizen haalde Jan Latenstein ons in (hij was om 10.00 uur vertrokken) en ging resoluut naar de kop. Wij reden door plaatsen waar wij anders nooit fietsen en zowaar waan je je in het buitenland als je door Etersheim rijdt.

In Avenhorn kwamen wij weer op de route van de 60 km fietsers. Bij elke groep die wordt gepasseerd is het geschreeuw van herkenning en aanmoediging. Bij de Goorn ging het licht voor Wiegert uit. De eerdere val was wellicht al een voorbode geweest. Twee maanden niet fietsen en ook nog een vakantie in een ver land kan niet zonder gevolgen blijven. Bij Wiegert deed alles pijn en gelukkig kon hij in de luwte van de 60 km fietsers zijn weg vervolgen.

Na wat omwegen kwamen wij weer redelijk op tijd aan op het feestterrein bij BEJO. Hier werden na het nuttigen van de gebruikelijke soezen de nodige goudgele rakkers naar binnen gewerkt om het vochtniveau weer op peil te brengen. Een mooie en goed georganiseerde route.

Cor Beemsterboer

Mijn eerste Arie Tijm Trofee!

Goed! Misschien was het voorbarig om me af te melden voor het Mergelland weekend. De vooruitzichten waren slecht. En ondanks een goed trainingsweekend in de Duitse Eifel, waar ik 4 dagen lang de benen goed getest had, vond ik het vooruitzicht om in de regen te rijden vervelend. Typisch een houding die niet bij een echte Warmenhuizer past. Daar geldt meer het motto: We zien het wel. Beetje regen is geen probleem en we maken er toch wel een gezellig weekend van. Dat wist ik ondertussen wel na tien jaar ervaring in het dorp achter de westfriesche zeedijk. Ik bleef ook lang twijfelen, maar na de laatste blik op buienradar besloot ik, eigenlijk veel te laat, om me af te melden. Conditie goed, benen goed, klimervaring voldoende. Maar niet mee om het te laten zien. Achteraf geen verkeerde beslissing voor mezelf. Bleek het weekend niet vooruit te branden. Kwa weer viel het in Limburg alleszins mee. Dus zowel het fietsen als de nazit waren geslaagd! Hoorde ik achteraf. Na anderhalve week niet gefietst te hebben pakte ik de draad weer op. Op woensdagavond. Een select gezelschap hijst zich dan op de fiets, vertrekt om zeven uur vanaf Bolle en rijdt een selectief rondje van een slordige 45 kilometer via Heiloo, Limmen, Egmond en Bergen. Ik kon mijn vorm testen en die was niet verkeerd. Na de nodige opmerkingen over mijn afwezigheid in Limburg zette ik me snel op kop en deed mijn deel.Een week erna was het weer niet geheel betrouwbaar en ik besloot om geen risico te nemen. Eerder in het seizoen had ik met een groep een poging gedaan om de fortentocht te rijden. We hebben wel gereden. Geen fort gezien, maar wel veel regen gevoeld en desondanks nog 80 kilometer op de teller. Op een woensdagavond ga ik wel uit van mooi, droog weer, anders maar niet. Mat van den Berg belde. Of ik zin had in de Arie Tijm trofee!! Ze kwamen een man tekort. Ik hoefde niet lang na te denken. De traditie in het dorp had ik wel steeds gehoord, maar nog nooit mee gedaan. Ik had er zin in, hoewel ik merkte dat ik enige last kreeg van zenuwen. Ik kan, vind ik, best een beetje hard rijden, maar mijn bochten techniek is niet optimaal. Of anders gezegd, soms vierkant door de bocht! Ik ken het rondje door het dorp en daar moet je toch wel een paar keer vol door de bocht. Daarnaast heb ik geen ervaring in het rijden van een tijdrit. De mannen waarmee ik zou rijden kende ik wel dus dat zou geen probleem moeten zijn. In ieder geval een mooi rondje. We spraken af dat ik er een half uur van tevoren zou zijn.

In de dagen voor de “wedstrijd” merkte ik dat de gedachten weer teruggingen naar mijn korte ervaring in het rijden van koersen. Niet succesvol, mede door stuurmanskunst. Desondanks toch veel in Amsterdam, Beverwijk en Zaanstad gereden op de wielerparcoursen. De sterke verhalen in de kleedkamers, de geur van gemasseerde benen, de opmerkingen over pijntjes en kwaaltjes, het tempo rijden in een peloton. Ik weet nog dat het een kick gaf om op die manier te rijden. Ik dacht er in de dagen voor de Arie Tijm veel aan.

Op de dag zelf besloot ik om ’s ochtends niet mee te rijden met de slagroomploeg, maar zelf een half uurtje in te fietsen. Mat reed ook niet mee en kennelijk wist hij wel wat het beste was. Of het genoeg zou zijn wist ik niet, maar ik voelde me goed. Ik plande het inrijden zo dat ik zelfs iets eerder aanwezig zou zijn. Ik reed zenuwachtig richting hoek veilingweg/stationsstraat. Omdat ik niet wist hoe de startvolgorde was keek ik niet vreemd op toen een ploeg met het alcmaria shirt voorbijkwam. Had ik toen al onraad moeten ruiken? Kort daarop kwam het Slagroomteam, waarvan ik deel zou uitmaken, voorbij. Ik kon wel door de grond zakken. De tijd die we hadden genoemd in het gesprek was blijven hangen en ik had niet meer gekeken of dat zo was. Ik was te laat!! Later, thuis op de bank, bedacht ik me dat ik nog had kunnen aansluiten. Aangeslagen reed ik naar huis. Onderweg mezelf allerlei zaken verwijtend… Later stilletjes op de bank, wetende dat de eerstkomende tochten mijn afwezigheid nog wel ingewreven zou worden. Terecht, dacht ik. Ik zal de hoon over me heen laten komen, mijn kopwerk iets vaker doen dan nodig is, me koest houden in het peloton en misschien mag deze “verrader” volgend jaar dan nog mee doen! Om in ieder geval een echte bijdrage te leveren aan de strijd om de wisseltrofee. De aanvangstijd weet ik nu in ieder geval! Mijn eerste Arie Tijm laat nog even op zich wachten.

Rob Heijmans